Expertisecentrum Prader-Willi syndroom

Expertisecentrum Prader-Willi syndroom logoExpertisecentrum Prader-Willi syndroom logo en titel

Landelijke Groeihormoonstudie 2019

Laatst herzien op 23 september 2020
Trefwoorden:

Sinds 2002 wordt in Nederland door Stichting Kind en Groei de Landelijke Groeihormoonstudie verricht voor kinderen met PWS. In 2019 is Stephany Donze gepromoveerd op de studie Prader-Willi Syndrome: Advancing knowledge about the effects of growth hormone treatment in children and young adults.

Dit proefschrift geeft een overzicht van de resultaten van 6 studies die we in de afgelopen jaren hebben verricht bij kinderen en jongvolwassenen met Prader-Willi syndroom (PWS). Het belangrijkste doel was het vergroten van de kennis over PWS en het optimaliseren van de zorg voor kinderen en jongvolwassenen met PWS en hun gezin. In dit artikel geven we een samenvatting van de resultaten van de verrichte studies.

Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 geeft achtergrondinformatie over PWS. De kenmerken per levensfase, de genetische achtergrond en groeihormoon (GH) behandeling worden besproken. Ook wordt een korte inleiding gegeven over de studies die worden beschreven in dit proefschrift.

Hoofdstuk 2
Jonge kinderen met PWS hebben een mentale en motorische ontwikkelingsachterstand. Korte termijn studies vonden een positief effect van GH op de mentale en motorische ontwikkeling bij jonge kinderen met PWS. Tot op heden, waren de langere termijn effecten van GH op de mentale en motorische ontwikkeling van jonge kinderen met PWS nooit onderzocht. In deze prospectieve studie onderzochten we daarom bij 63 peuters met PWS, die op een mediane leeftijd van 1 jaar waren gestart met GH, de psychomotorische ontwikkeling tijdens 3 jaar GH middels de Bayley Scales of Infant Development II. Ook onderzochten we of eerder starten met GH leidt tot een betere psychomotorische ontwikkeling. We vonden dat zowel de mentale als de motorische ontwikkeling verbeterden tijdens 3 jaar GH behandeling. Ook vonden we dat kinderen die een lagere psychomotorische ontwikkeling hadden of jonger waren bij het starten van GH een grotere verbetering toonden in hun psychomotorische ontwikkeling. Uit deze resultaten concluderen we dat zowel de mentale, als de motorische ontwikkeling verbeteren tijdens 3 jaar GH behandeling. Dit verkleint de psychomotorische verschillen tussen kinderen met PWS en gezonde kinderen. Daarnaast concluderen we dat, hoe jonger het kind is bij de start van GH, hoe groter de verbetering in psychomotorische ontwikkeling.

Lees meer

Hoofdstuk 3
Kinderen met PWS hebben een milde tot matige verstandelijke beperking met een gemiddeld IQ tussen 60 en 70. GH is een geregistreerde behandeling voor kinderen met PWS en verschillende studies beschreven positieve effecten van GH op de 154 | Chapter 9 cognitieve ontwikkeling. Echter, tot op heden waren de lange-termijn effecten van GH op de cognitieve ontwikkeling nooit onderzocht. We hebben daarom een prospectieve cohort studie verricht bij 43 kinderen met PWS met een mediane leeftijd van 8 jaar bij start van GH. We onderzochten de cognitieve ontwikkeling tijdens 8 jaar GH behandeling. Ook onderzochten we of de cognitieve ontwikkeling na 8 jaar GH beter is bij kinderen die voor de leeftijd van 2 jaar waren gestart met GH. We vonden dat het performaal IQ iets verbeterde tijdens 8 jaar GH, terwijl het verbaal IQ gelijk bleef. Na 8 jaar GH vonden we een significant hoger verbaal en totaal IQ bij kinderen die voor de leeftijd van 2 jaar waren gestart met GH, ten opzichte van de kinderen die na de leeftijd van 2 jaar waren gestart met GH. We concluderen dat het totaal IQ van kinderen met PWS lager is dan bij gezonde kinderen, maar dat de cognitieve ontwikkeling van GH-behandelde kinderen met PWS gelijk is aan die van gezonde kinderen. Dit betekent dat de cognitieve achterstand niet groter wordt. We concluderen ook dat het starten van GH voor de leeftijd van 2 jaar mogelijk tot een betere cognitieve ontwikkeling leidt.

Hoofdstuk 4
Sommige kenmerken van patiënten met PWS komen overeen met het hebben van groeihormoondeficiëntie (GHD). Langdurige behandeling met GH bij kinderen met PWS verbetert onder andere de lichaamssamenstelling en de groei. Op dit moment moeten jongvolwassenen met PWS stoppen met GH bij het bereiken van de eindlengte als ze niet voldoen aan de criteria voor volwassen GHD. Echter, verschillende studies hebben aangetoond dat GH gunstig is voor volwassenen met PWS, met een blijvende verbetering in de lichaamssamenstelling en de metabole gezondheid. Er was tot op heden weinig bekend over de prevalentie van GHD bij volwassenen met PWS. We hebben daarom middels een GHRH-Arginine  stimulatietest de prevalentie van GHD onderzocht bij 60 jongvolwassenen met PWS die tot het bereiken van de volwassen lengte waren behandeld met GH. De definitie van volwassen GHD was een IGF-I <-2 standaarddeviaties (SDS) en een groeihormoon piek <9 μg/l. We vonden dat het IGF-I in het bloed lager was dan -2  SDS bij 2 jongvolwassenen (3%). Negen deelnemers (15%) hadden een GH piek <9 μg/L. Geen enkele jongvolwassene had een IGF-I < -2 SDS én een GH piek <9 μg/L. Geen van de jongvolwassenen met PWS voldeed daarom aan de volwassen GHD criteria, ook als er gecorrigeerd werd voor body mass index (BMI). We concluderen dat de standaard GHRH-Arginine test niet geschikt is om volwassen GHD aan te tonen bij jongvolwassenen met PWS. Omdat de positieve effecten van GH bij volwassenen met PWS in meerdere studies zijn bewezen, zou het aantonen van volwassen GHD geen vereiste moeten zijn voor GH behandeling bij volwassenen met PWS.

Hoofdstuk 5
Kinderen en adolescenten met PWS hebben een hoger risico op een lagere botdichtheid, omdat ze vaak lage groeihormoon (GH) spiegels in het bloed hebben, niet goed in de puberteit komen en een inactieve leefstijl hebben. Het is bekend dat ouderen met PWS meer risico hebben op osteoporose. Uit eerder onderzoek bij kinderen met PWS is gebleken dat GH zorgt voor een verbetering van de botdichtheid (BMD). De gevolgen van het stoppen met GH op het moment dat jongeren met PWS zijn uitgegroeid was onbekend. In onze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde cross-over studie onderzochten we de effecten van 1 jaar GH versus 1 jaar placebo op de botdichtheid van het gehele lichaam (BMDTB) en de botdichtheid van de lumbale wervelkolom (BMADLS) bij 27 jongvolwassenen met PWS die tot de volwassen lengte waren behandeld met GH. Ook onderzochten we bij jongvolwassenen met PWS en hypogonadisme de effecten van behandeling met geslachtshormonen (SSRT) op de botdichtheid. Ten opzichte van 1 jaar GH, zorgde 1 jaar placebo niet voor een afname in BMDTB of BMADLS. Wel zagen we dat BMADLS gedurende de 2 jaar durende studie afnam, onafhankelijk van groeihormoon of placebo. Omdat we weten dat geslachtshormonen een belangrijke rol spelen bij de botdichtheid werden de jongvolwassenen met hypogonadisme die behandeld werden met SSRT vergeleken met de jongvolwassenen die niet werden behandeld. We vonden dat de jongvolwassenen met hypogonadisme die wel SSRT kregen een verbetering hadden in BMDTB, terwijl BMDTB en BMADLS daalden bij de jongvolwassenen die geen SSRT kregen. We concluderen dat een jaar placebo geen achteruitgang geeft van de botdichtheid bij jongvolwassenen met PWS die tijdens de kindertijd langdurig met groeihormoon zijn behandeld. Ook concluderen we dat GH bij jongvolwassenen met PWS en hypogonadisme de afname in de botdichtheid niet lijkt te kunnen voorkomen, behalve als GH gecombineerd wordt met behandeling met SSRT. 

Hoofdstuk 6
Een (sterk) verminderde ademhaling (hypopneu) of een ademstilstand (apneu) in de slaap komen regelmatig voor. Bij volwassenen is er sprake van een slaapstoornis als een apneu 's nachts meer dan vijf keer per uur plaatsvindt en dit minimaal tien seconden duurt. Er is sprake van een obstructieve slaapstoornis (OSA) als iemand wel een prikkel heeft om adem te halen, maar de ingeademde lucht niet verder komt dan de keel door een gedeeltelijke of volledige blokkade van de luchtweg. Slaapgerelateerde ademhalingsproblemen (SRBD) komen vaak voor bij mensen met PWS. Het effect van GH of placebo op SRBD bij jongvolwassenen met PWS die de eindlengte hadden bereikt was tot op heden nooit onderzocht. In onze gerandomiseerde, dubbelblinde, placebo-gecontroleerde cross-over studie onderzochten we de effecten van 1 jaar GH versus 1 jaar placebo op SRBD bij 27 jongvolwassenen met PWS die tot de volwassen lengte waren behandeld met GH. We onderzochten ook hoe vaak OSA voorkomt in ons cohort van jongvolwassenen met PWS. We vonden dat, in vergelijking met placebo, 1 jaar GH niet zorgde voor een toename in het aantal apneus en hypopneus. Na 2 jaar was er geen significant verschil in het aantal apneus en hypopneus ten opzichte van start van de studie, onafhankelijk van GH of placebo. Twee jongvolwassenen (7%) voldeden aan de OSA criteria. Beiden waren obees en hadden vergrote amandelen. We concluderen dat er geen toename is in het aantal apneus en hypopneus tijdens 1 jaar GH. Onze bevindingen zijn geruststellend en laten zien dat GH behandeling veilig is met betrekking tot SRBD bij volwassenen met PWS. 

Hoofdstuk 7
Veel volwassenen met PWS ontwikkelen op jonge leeftijd ouderdomsziekten. In de literatuur wordt een versnelde veroudering beschreven bij mensen met PWS. Mogelijk spelen telomeren hierin een rol. De telomeerlengte was nooit eerder onderzocht bij mensen met PWS. We hebben daarom bij 47 jongvolwassenen met PWS de telomeerlengte in leukocyten (LTL) gemeten en vergeleken met 135 gezonde jongvolwassenen. Omdat alle jongvolwassenen met PWS behandeld werden met GH, hebben we LTL ook vergeleken met 75 jongvolwassenen die te klein waren bij de geboorte en tot het bereiken van de eindlengte ook behandeld waren met GH. We vonden dat de LTL korter was bij jongvolwassenen met PWS in vergelijking met gezonde jongvolwassenen en GH-behandelde jongvolwassenen die te klein waren bij de geboorte. Dit suggereert een mogelijke rol van LTL in het versnelde verouderingsproces bij PWS. We vonden geen verband tussen LTL en de duur van de GH-behandeling of de cumulatieve GH-dosis. We concluderen dat jongvolwassenen met PWS een significant kortere mediane LTL hebben in vergelijking met gezonde jongvolwassenen en GH-behandelde jongvolwassenen die te klein waren bij de geboorte. Mogelijk speelt de kortere telomeerlengte een rol in de versnelde veroudering bij mensen met PWS, onafhankelijk van GH.

Hoofdstuk 8
In de algemene discussie bespreken we onze resultaten in het kader van de huidige literatuur, presenteren we de praktische implicaties van onze bevindingen en geven we suggesties voor toekomstig onderzoek.

Overige artikelen

In juli 2019 verscheen “Up to date over Prader-Willi syndroom”, een overzicht van de meest recente inzichten over het gedrag en de begeleidingsbehoefte van volwassenen met Prader-Willi syndroom (PWS). Vilans stelde het overzicht samen, in opdracht van het Prader-Willi Fonds.

Sinds 2002 wordt in Nederland door Stichting Kind en Groei de Landelijke Groeihormoonstudie verricht voor kinderen met PWS. In 2016 is Renske Kuppens gepromoveerd op de studie New Treatment perspectives in Prader-Willi syndrome.

Het PWS-team van Stichting Kind en Groei heeft in de oxytocinestudie de effecten van oxytocine neusspray op het sociale gedrag en eetgedrag van kinderen met PWS onderzocht. In december 2015 is de oxytocinestudie afgerond.

In de PD (psychiatric disorders) studie zijn de kinderen van de Cohortstudie en de jongvolwassenen van de Transitiestudie gevolgd in hun gedrag en veranderingen hierin. Het doel is om gedragskenmerken in de verschillende leeftijdsgroepen in kaart te brengen en eventuele voorlopers van psychiatrische problemen op te sporen om richtlijnen op te kunnen stellen voor ouders en zorgverleners.

Sinds 2002 wordt in Nederland door Stichting Kind en Groei de Landelijke Groeihormoonstudie verricht voor kinderen met PWS. In 2015 is Nienke Bakker gepromoveerd op de studie Growth hormone treatment in children with Prader-Willi syndrome From infancy to adulthood.

De MoTraP studie is in Nederland uitgevoerd bij jonge zuigelingen in de leeftijd van 0-2 jaar. Dit onderzoek betrof het promotie onderzoek van Linda Reus onder begeleiding van Prof.dr. Ria Nijhuis-van der Sanden (kinderfysiotherapeut en Hoogleraar Paramedische Wetenschappen) en Dr. Barto Otten, kinderendocrinoloog en Dr. Leo van Vlimmeren, kinderfysiotherapeut.

Toon meer resultaten